Kiwengwa | Lopend boodschappen doen
Door: JoepJ
13 Januari 2026 | Tanzania, Kiwengwa
Als er in de avond niets te eten is, dan is er in de ochtend natuurlijk ook niets. We kunnen natuurlijk ontbijten bij het restaurant. Of iets kopen bij een van de drie houten hutjes vijftig meter verder op het zandpad. Ze hebben eieren, mango, tomaten, uien en misschien ergens een pak koekjes. Ook al hebben we die nog niet gezien. Zonder olie blijft er eigenlijk alleen een gekookt ei met wat fruit over voor ons ontbijt.
De dichtstbijzijnde winkel is drie kilometer verder. Het heet 'The Village Market'. De foto's op internet laten volle stellages met kruidenierswaren en koel- en vrieskasten met vlees en visproducten zien. Ze zijn open, doen zelfs aan thuisbezorging.
Vol goede moed beginnen we aan de wandeling. De eerste honderd meter is een klim van meer dan tien procent stijging. Aan de zijkant is een betonnen trap. Daarna een straatje met nog meer houten winkeltjes die niets verkopen. Zelfs een kapper, een beautysalon en een brommerreparatiewerkplaats zijn er, maar er is niets eetbaars.
Aan het einde begint de asfaltweg. Tweeënhalve baan breed scheuren de wagens, vrachtwagens en busjes langs. Soms stoppen ze en vragen ons of we een taxi willen. Wij zijn hard voor onszelf. Aan beide zijden van de weg loopt een pad. Afwisselend keien, kuilen en zand. Precies een persoon breed. In een trage pas beginnen we te lopen. Zweet stroomt uit onze poriën. Onze voeten moeten bij iedere stap de balans terugvinden. De zon brandt gaten in onze huid. Het is windstil.
We lopen gestaag door, zoals je overal hier mensen langs de kant van de weg ziet lopen. Soms op slippers, met een emmer of een bos hout op hun hoofd. Hun tred is lichter dan ons gestommel, of zelfs af en toe voor de helft, net niet, struikelen. Het evenwicht kunnen we alleen herstellen door een snelle tussenstap.
De winkel bestaat niet meer. Achter het raam staan lege stellages, open koelkasten en lege dozen op de grond.
De honger begint langzaam aan ons humeur te knagen.
Aan de overkant van de weg staan wat gebouwen. Geblindeerde deuren en ramen, zonder tekst. We lopen erlangs. Er zit een klein winkeltje met Italiaanse producten. Droge pasta, sauzen, kazen, groenten, worsten, bruchette. Alles om een goede spaghetti of ravioli te maken. De beste producten tegen de maximale prijs.
Het lijkt vreemd, maar er zijn hier enorm veel Italiaanse toeristen. Dat was twintig jaar geleden zo en is nu nog steeds zo. We scoren, en beginnen opgelucht aan de lange weg, onder de steeds hogere zon, terug.
Een stuk verder is een minimarket. Vergelijkbaar met de kleinste supermarkt in Nederland. Er is brood, pindakaas, yoghurt en zelfs chocolade. We vervolgen de tocht en struikelen over een heuse slijterij. Ze hebben zelfs konyagi, de gifdrank die we dertig jaar geleden in Tanzania leerden drinken, omdat er toen niets anders te krijgen was. We kopen nu Zuid-Afrikaanse wijnen die ook in Nederland in de schappen van de grootgrutter liggen. We zweven, zwaar beladen met onze voorraad, over het zandpad terug.
Met onze kasten gevuld, gaan we 's avonds toch gewoon uit eten. Bruchette vooraf, daarna spaghetti met krab en ravioli met spinazie. De Italiaanse eigenaar komt een gezellig praatje houden. Hij vertelt dat hij er al twintig jaar zit en een goede leverancier van Italiaanse producten heeft.
Die hebben wij ook.
-
15 Januari 2026 - 02:04
Chelsea:
Wat raar en jammer dat “The Village Market” niet meer bestaat! Ik kwam er vorig jaar haast dagelijks toen ik in de buurt woonde. Ben wel benieuwd. Was je voor de boodschappen veel kwijt bij de andere supermarkt? Over een maand ga ik weer en ben ik van plan zelf te koken!
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley