Funchal | Kanovaren op de Atlantische Oceaan
Door: Joep J
26 September 2025 | Portugal, Funchal
We zitten in de volle zon, vrijwel zonder wind, op de balustrade voor het CR7 museum levend te verbranden. Een lelijk vierkant betonnen gebouw met een CR7 Hotel erboven opgebouwd met een enorm stenen plein zonder bomen ervoor. Recht voor de ingang staat een te groot beeld van Cristiano Ronaldo – de voetballer met shirt nummer 7 - hij is zeker tweeëneenhalve meter groot. Volgens velen is hij de meeste belangrijke Madeirees. We zien groepjes toeristen naar het museum lopen en allemaal maken ze een selfie van zichzelf naast het beeld. Iedereen is klein naast hem. En dat is niet toevallig want zelfs de luchthaven is naar hem vernoemd.
Zweet loopt over onze rug. Naast ons zitten wat andere stelletjes die waarschijnlijk, net als wij, wachten op de gids van het kajak-toertje. Een kleine, gespierde man, met een grijs bezweet T-shirt en een korte broek op slippers, komt op ons afgelopen. Hij checkt onze naam, vraagt of we ervaring hebben met kajakken en als we dat toegeven kijkt hij blij en rent op het volgende koppel af. Na iedereen gecontroleerd te hebben geeft hij een instructie van ongeveer een minuut. Essentiële uitleg over het varen met zo’n boot – zoals gelijke peddelslag, de achterste persoon stuurt en hoe je een slagschip als dit van richting veranderd – ontbreekt. Het gaat niet verder als hoe je erin stapt en dat je een reddingsvest moet dragen.
We stappen op de scheepshelling – met de achterkant van de boot nog op de kade - in de badkuip. Vier meter lang, tachtig centimeter breed en veertig kilo zwaar van polyesters dat zo dik is dat het over de stenen gesleept kan worden. Twee stoeltjes achter elkaar, steuntjes voor de voeten, stabiel als een huis. Dit ding krijg je niet om, zelfs niet als je het zou proberen.
De tourgids en zijn maatje duwen ons, met een totaalgewicht van rond de 180 kilo het water in. Twee peddels steken we het water in en we varen de jachthaven uit de Atlantische Oceaan op. Diepblauw water zo ver je kunt kijken. Ergens zwemmen walvissen en dolfijnen, maar nu is er alleen maar eindeloze zee, een zacht windje en een strakblauwe lucht.
We pakken de slag weer op alsof we nooit gestopt zijn met kanoën. De boot glijdt strak door het water, de peddels vinden hun ritme. Na een paar honderd meter kijken we achterom en zijn helemaal alleen. We stoppen - de rest van de groep komt zwalkend over het water, langzaam achter ons aan. Als dronken zeelui en peddels welke totaal geen team vormen komen ze dichterbij. Wij zijn de oudsten en de meest ervaren vaarders. Oude wedstrijd- en tourkanoërs in smalle, wankele bootjes. Dit brede ding is kinderspel. De tocht naar het snorkel plekje bestaat voor ons uit wachten op de oneindige oceaan.
We varen vijfhonderd meter uit de kust. De zon brandt op onze rug, de wind waait door ons haar. Vanuit het water zie je het eiland anders - de steile rotswanden, de huisjes tegen de heuvels, alles kleiner en verder weg. We passeren een ankerplaats waar een mega-jacht ligt met een helikopter op het achterdek, langs zeilschepen die lui deinen op de golven.
Bij een klein stenen strandje tussen de rotsen staat onze tourgids tot zijn knieën in het water. Met volle vaart varen we de keien, vlak naast hem, op. Uitstappen in het water, balanceren op gladde stenen terwijl de deining je heen en weer duwt. De leider controleert de boot en zijn gasten over de gladde stenen. Hij sleept de tien boten van veertig kilo een paar meter de rotsen op alsof het speelgoed is.
Over natte, spekgladde rotsen lopen we naar de snorkelplek. De gids controleert de snorkeluitrusting en begeleid iedereen over de gladde stenen trap naar de laatste trede. Om vandaar het water in te springen. Het is kouder als verwacht of zoals een optimist zou zeggen heerlijk fris na het peddelen in de zon. Onder water zwemmen kleine visjes tussen de rotsen. De grootste zijn twintig centimeter roodgeelgrijze exemplaren van twintig centimeter en vlak onder het wateroppervlakte zwemmen grote hoeveelheden glinsterende ansjovissen als zilveren munten doelloos rond. Het is niet de tropische onderwaterwereld, maar het is leuk om een tijdje onderwater naar te kijken. Verder wordt er van een rots in het water gesprongen. En bij ieder poging staat onze tarzan klaar om ze uit het water te trekken en te begeleiden naar de rotspunt acht meter boven het water, voor de volgende sprong.
We rusten nog wat. Kijken naar de rode krabben die over de rotsen lopen en naar het compleet vervallen kindertehuis op de rots. Aan de andere kant van de baai staat een bejaardentehuis wat ook zijn beste tijd heeft gehad. Het zou een paradijselijke plek kunnen zijn, maar het ademt vergane glorie. Onze gids legt het allemaal uit, inclusief de politiek.
We varen terug. Driekwartier over open water, de zon op zijn hoogste punt aan de hemel. Dit is het mooiste deel - geen haast, geen bestemming, gewoon glijden over de oceaan. Je voelt je klein en groot tegelijk. Klein onder die eindeloze lucht, groot omdat je de baas bent over je boot.
Terug in de haven stappen we uit, onze gids sleept de boten de helling op alsof ze niets wegen en heeft nog tijd voor een persoonlijk gesprek. We hebben een echte zeedag gehad. Water, zon, inspanning en rust.
Met in de avond een goede maaltijd in een uitstekend restaurant om de hoek bij ons appartement. Wij komen er tijdens ons etentje achter dat onze gids misschien wel belangrijker is voor Madeira als een naast zijn kicks lopende voetballer. Hij verdient een beeld, hard werken en alle tijd voor zijn tien gasten.
Funchal, 26 September 2025
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley