Funchal | Botsende wandelaars
Door: JoepJ
28 September 2025 | Portugal, Funchal
De ‘Vereda da Ponta de São Lourenço’ - PR8 in de wandelgidsen - is een wandeling over het oostelijkste puntje van Madeira. Een schiereiland van rode basalt rotsen dat de Atlantische Oceaan insteekt als de staart van een draak. Niet zoals de rest van het eiland, vol met bloemen en bomen. Het is een kale vulkanische rots. Zes kilometer heen en terug, niet een klim, maar meerdere niet hoge klimmetjes en afdalingen achter elkaar. Van uitzichtpunt naar uitzichtpunt.
Zonder bomen zijn we volledig onbeschut tegen zon en wind. We lopen over de kale vulkanische rotsen. Soms over uitgeslepen en vervallen trappen, op andere momenten over losliggende stenen of over schots en scheefliggende rotsen. Honderdduizend jaar oud.
Het was het eerste wat de Portugese zeevaarders in 1419 zagen toen ze Madeira naderden vanuit de oceaan. Ze zijn hier niet aan land gegaan, want hier viel niets te halen.
We gaan even zitten op een rotsblok, halverwege de tocht terug. Het wandelpad naast ons lijkt op de nauwe steegjes in Madeira, met tafeltjes op straat, waardoor het zo krap is dat je moet wachten op je tegenliggers. Met obers die je naar binnen proberen te lokken. Stevig doorlopen is onmogelijk.
Het uitzicht is schitterend - die rotsen, met tientallen tinten rood en bruin, uit de verschillende tijden waarop ze zijn ontstaan. Ze eindigen in de diepblauw zee er omheen, ver beneden ons. Rond de rotsen het hard witte schuim van de branding die continue tegen de kliffen beukt. Een zeemeeuw draait in de wind, boven ons, zijn rondjes. Een strakke horizon, blauwe lucht en witte wolken als achtergrond. Vlak bij ons staan een paar cactusachtige planten, groen met witte glanzend draden in de top tussen de kale grond. Iedereen die langsloopt rent naar de stalen draad die zorgt dat niemand over rand van het uitzichtpunt naar beneden valt. Sommige klimmen over de draad, zodat ze alleen op de foto staan. Anderen staan wat angstig op een metertje afstand. Het is een mooi plaatje.
Het pad beneden ons is smal. Een oude trap, verweerd tot losse stenen waar de treden ooit waren. Duizenden voeten per dag, iedere dag. Van boven komen de ervaren spotters, bergbeklimmers en vloggers. Jong, licht, springend van steen naar steen als berggeiten. Hun hoofd omhoog, zoekend naar een volgend shot of locatie, voor de perfecte hoek, belichting en achtergrond die ze op de heen weg gemist hebben. Ze hebben haast. De vlog is klaar, gepost op hun social media platform - het zachte ochtendlicht is vastgelegd, hun camera is opgeborgen. Nu wacht de coffee macchiato of de schoonheidsspecialist. Ze denderen naar beneden, een stroom van snelle benen en ongeduld.
Van beneden komen de late starters. Eerst rustig ontbeten. Ouder, dikker, wat minder mobiel of met kinderen. Ze bewegen langzamer, elk stap een overweging. Hun hoofd naar beneden, ogen gericht op die losse stenen. Op zoek naar de volgende plek voor hun voet, naar die juiste steen, groot en stabiel genoeg om hun gewicht kunnen te dragen. Er is geen tijd voor het uitzicht. Er is alleen tijd voor de concentratie om niet te vallen, niet te struikelen of de enkel niet te verzwikken. Soms met wandelstokken op zoek naar steun tijdens de stap. Ze klimmen omhoog, hijgend, vastberaden om het te halen. Als olifanten in de woestijn op zoek naar een drinkplek.
Het botst.
Letterlijk - een schouder tegen een rugzak, een duw als het te smal wordt. Gemompelde verontschuldiging of juist geen woord. Maar vooral in de ruimte tussen hen. Niemand geeft zijn ruimte op. De snellen willen door, hebben haast, zijn klaar met deze plek. De langzamen kunnen niet opzij, moeten hun concentratie vasthouden, stap voor stap. Geïrriteerde blikken. Van beide kanten. De snellen ‘waarom gaan jullie zo langzaam’ het is toch niet moeilijk. De langzame, ‘waarom moet alles zo snel’, kunnen jullie niet wachten. Een onuitgesproken conflict.
Duizenden mensen doen deze wandeling iedere dag. Het staat op alle lijstjes, alle reisgidsen en blogs vinden het een must-see. Madeira heb je niet gezien als je hier niet bent geweest. Maar op de berg is het een gevecht. Het is te druk, zoals de roltrap in de spits op het centraal station.
Jacq zit stil, haar gezicht naar de zee. Haar enkels willen niet meer. Hoogtevrees, angst om weg te glijden en de enkel te verstuiken maakt het zwaar. Voor mij is het wandelen, geen klimmen. Ik zou sneller kunnen, over die stenen stappen en hopen dat ik goed terecht kom. Risico’s nemen want ik vertrouw mijn enkels en mijn evenwicht. Zonder angst is alles licht, totdat je valt.
Ik sta op. "Kom, we gaan verder."
Die eerste meters over het smalle stuk zijn lastig. Losse stenen, slechte treden. Ik loop voor haar, zoek de beste route, wijs waar ze haar voet kan zetten. Geef een handje. We gaan niet snel omlaag. Achter ons hoor ik ongeduld - voetstappen die dichterbij komen, dan stoppen, wachten, zuchten. Mensen die voorbij willen of tegenliggers die niet willen wachten. En als we zelf even wachten om mensen te laten passeren of voor te laten horen we zelden gewoon ‘bedankt’ – in welke taal dan ook.
Voor ons verdwijnen de snelle groep om de bocht. Hun stemmen vervagen, hun haast drijft ze verder weg, maar er komen altijd weer nieuwe. Wij lopen tussen de anderen die hun concentratie nodig hebben. Stap voor stap over het verweerde basalt, gevormd door onderzeese magma, nu een soort trap voor mensen die duizenden kilometers zijn gekomen om hier te lopen.
Het uitzicht is nog steeds mooi. Niet spectaculair – we hebben mooiere kliffen gezien in de wereld. Rustigere, eenzame locaties, met stormen en koud weer. Het is hier mooi. De zon warm op mijn rug. De wind die door de rotsen jaagt, die zeemeeuw die rondjes maakt, die niemand ziet.
We lopen verder. In ons eigen tempo. Af en toe om ons heen kijkend. Niet snel, niet langzaam. Gewoon verder.
Funchal, 28 September 2025
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley